Achter de schermen hebben we het afgelopen jaar hard gewerkt aan de uitwerkingen van de aanbevelingen van de commissie-Roemer. Deze commissie stelt verbeteringen voor de hele uitzendsector voor. Onderdeel is een wettelijk verplichte certificering voor uitleners die onder meer een waarborgsom bevat van 100.000 euro. De verplichting geldt voor elke (buitenlandse) onderneming die in Nederland werknemers uitleent aan een ander bedrijf. Daarmee geldt de verplichting ook voor veel bedrijven buiten de uitzendbranche.
 
Hoofdlijnen certificering
ABU en NBBU zijn nauw betrokken bij de totstandkoming van de certificering voor uitzendbureaus. Hieronder staan de hoofdlijnen opgesomd van de certificeringsplicht voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten:

  • Elke onderneming die in Nederland arbeidskrachten ter beschikking stelt, wordt per 1 januari 2025 verplicht zich te laten certificeren. De certificering geldt dus ook voor bedrijven die het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als nevenactiviteit hebben, voor payrollondernemingen, voor in- en doorleners en voor buitenlandse uitleners die in Nederland actief zijn;
  • Doel is werknemers beter te beschermen en een gelijk speelveld te creëren. De markt zal bovendien transparanter worden;
  • De normeisen van SNA vormen de basis van de nieuwe wettelijke certificering. Het normenkader wordt uitgebreid met onder andere controle op gelijke beloning;
  • De Arbeidsinspectie beboet de uitlener die niet gecertificeerd is en de inlener die inleent van een niet-gecertificeerde partij. Hiervoor krijgt de Arbeidsinspectie een uitbreiding van 90 fte;
  • De nieuwe stichting die de certificaten verleent, wordt privaat van karakter. De stichting krijgt wel een publiek randje, omdat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eindverantwoordelijk wordt voor het stelsel;
  • Onderdeel van de certificering wordt een waarborgsom/bankgarantie van 100.000 euro. Er komt een overgangsregeling voor ‘bewezen bonafide bedrijven’. Hieronder lichten we dit verder toe;
  • De vrijwaring van de inlener in verband met zijn inlenersaansprakelijkheid zoals we die kennen van de SNA-certificering wordt in de nieuwe certificering voortgezet;
  • De huidige controles SNA en CAO worden op een later moment besproken binnen de brancheverenigingen.

Klaar met malafiditeit
De brancheverenigingen zien de verplichte certificering als een belangrijk instrument om de bovengenoemde doelen te verwezenlijken. We vertegenwoordigen een prachtige sector met grote betekenis voor veel mensen en bedrijven. Er is passie voor het vak en veel professionaliteit. Toch komt de sector door allerlei misstanden keer op keer in een negatief daglicht, en ontstaat er een opeenstapeling aan regelgeving. Dit moet beter.
 
Voordelen certificering
Een verplichte certificering voor elke partij die werknemers uitleent, bevordert naleving van wetgeving en in die zin het gelijke speelveld tussen uitleners. Bovendien wordt de markt daarmee transparanter. Verplichte certificering kan de sector enorm opschonen. Zij biedt de volgende voordelen:

  • Kennis van regels neemt toe en interpretatieverschillen nemen af;
  • Fouten worden eerder ontdekt;
  • Groter draagvlak voor regelgeving als de sector zelf meedenkt.

Uitzonderingen op waarborgsom
In de gesprekken over het al dan niet invoeren van de waarborgsom/bankgarantie pleitte de brancheverenigingen ervoor dat deze niet geldt voor bestaande uitzendondernemers die aan een aantal voorwaarden voldoen. Resultaat is dat de waarborgsom niet verschuldigd is als de ondernemer kan aantonen dat hij:

  • Ten minste 4 jaar onafgebroken als uitzendonderneming ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel;
  • Ten minste 4 jaar Waadi-geregistreerd is en aantoonbaar actief is geweest met ter beschikking stellen van arbeid;
  • De afgelopen 4 jaar zijn belastingverplichtingen is nagekomen

Randvoorwaarden bepalen het succes van certificering
Het voorstel dat nu op tafel ligt, kan grotendeels rekenen op onze goedkeuring. Om certificering tot een succesvol instrument te maken, is het wel belangrijk dat daarvoor de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd. Dat betekent dat het stelsel betaalbaar, effectief en handhaafbaar dient te zijn. Bij de plannen die momenteel op tafel liggen, plaatsen de brancheverenigingen daarom een aantal kanttekeningen. Als gesprekspartner van de overheid blijven ze hierop inzetten:

  • Wat is de meerwaarde van de waarborgsom, bovenop de certificering?

Men is kritisch of een waarborgsom van 100.000 euro bovenop de certificering helpt om malafide vluchtigheid in de sector tegen te gaan. Er wordt verwacht dat eerder sprake is van een ongewenste drempel voor bonafide partijen.

  • Toezicht past de private sector niet maar is een overheidstaak

De sector heeft ervaring met certificering. Dit omvat het toetsen aan een normenkader en de vaststelling van (non-)conformiteit daarvan. Volgens het wetsvoorstel komen enkele toezichttaken bij private partijen te liggen. Dit vinden we principieel niet passen en leidt bovendien tot uitvoeringsproblemen. Criminaliteit, uitbuiting, malafide bestuurders en andere misstanden dienen onverminderd door de overheid te worden aangepakt. De verplichte certificering ondervangt dit niet. Alleen als alle partijen doen wat zij kunnen doen en bovendien samenwerken, ontstaat de gewenste sluitende aanpak.

  • Wordt het stelsel betaalbaar voor ondernemers?

Er is draagvlak voor een nieuw stelsel dat de doelen – bescherming van de werknemer en het creëren van een gelijk speelveld – behaalt. Als de kosten van het nieuwe stelsel voor ondernemers disproportioneel stijgen, zal dit draagvlak sterk afnemen. Betaalbaarheid is dus een belangrijke voorwaarde.

  • Merkt de rest van de arbeidsmarkt de gevolgen?

De brancheverenigingen zien de arbeidsmarkt als geheel. Regulering van de inhuur van uitzendkrachten heeft alleen zin als dit gelijk opgaat met regulering van andere vormen van externe inhuur, zoals de inhuur van zzp’ers. Hier dient altijd aandacht voor te zijn.
 
De komende tijd zullen wij jullie blijven voeden met nieuws over de uitwerking van het certificeringsstelsel en wat het voor ons gezamenlijk betekent.